Geloofsartikelen

Smeekbede voor en na het reizen.

دعاء السفر المسنون

كما ورده ابن عمر رضي الله عليهما عن النبي صلى الله عليه و سلم

الله أكبر، ألله أكبر، ألله أكبر. سبحان الذي سخر لنا هذا و ما كنا له مقرنين، و إنا إلى ربنا لمنقلبون. اللهم إنا نسألك في سفرنا هذا البر و التقوى، و من العمل ما ترضى. اللهم هون علينا سفرنا هذا. و اطو عنا بعده. اللهم أنت الصاحب في السفر، و الخليفة في الأهل. اللهم إني أعوذ بك من وغثاء السفر، و كآبة المنظر، و سوء المنقلب، في المال و الأهل.

إذا رجع المسافر من سفره يكرر الدعاء و يزيد عليه: آيبون، تاءبون، عابدون، لربنا حامدون.

أخرجه مسلم في صحيحه.

البر = الحسن في العمل، قولا، فعلا: في العباد و المعاملة

اطو عنا بعده = أي اجعل يا رب هذا السفر سهلا لنا حتى تظهر المسافة قصيرة و لو أنها طويلة.

الصاحب = الذي يرافقنا داءما و كل لحظة

الخليفة = الذي يكفل الأهل و يكلف برعايته مكاننا و أنت أعز و أعظم من يخلف.

وغثاء السفر = بفتح الواو و إسكان العين = الشدة و المشقة

كآبة المنظر = تغيير النفس من الحال المستقرة إلى حال الحزن، الخوف و نحو ذلك.

آيبون = راجعون في أمن و بسلامة و على خير.


Smeekbede voor en na het reizen: transliteratie (uitspraak)

Zoals overgeleverd in aḥīḥ Muslim via Ibn Umar.

 

Allahu akbar, Allahu akbar, Allahu akbar. Subḥāna lladhī sagara lanā hādhā wa mā kunnā lahū muqrinīn, wa innā ilā rabbinā lamunqalibūn. Allahumma innā nasaluka fī safarinā hādhā al-birra wa ettaqwā, wa min al-amali mā tarḍā. Allāhumma hawwin alaynā safaranā hādhā. Wa wi annā budah. Allāhumma anta eṣṣāḥibu fī essafar, wa lgalīfatu fi l-ahl. Allāhumma innī a‘ūdhu bika min wagthā’i ssafar, wa ka’ābati l-manar, wa sū’u l-munqalab, fī l-māl wa l-ahl.

 

Bij terugkomst van de reis zegt met dezelfde smeekbede, en voegt daaraan toe:

 

Āyibūn, tā’ibūn, ‘ābidūn, lirabbinā ḥāmidūn.


 

Uitspraak van de letters:

  • = keelklank, zoals bij kuchen.

  • Streepje boven een klinker = lange klinker.

  • q = keelklank, een harde k.

  • = keelklank, een soort scherpe a. Beste is om dan maar een a uit te spreken indien het niet lukt.

  • = een emfatische d (zware, volle d.) Een gewone d uitspreken kan uiteraard ook.

  • = emfatische s (zware, volle s). Een gewone s kan ook.

 Vertaling van de smeekbede.

 Lof zij aan Degene die dit ons ten dienste heeft gesteld. Wij waren daartoe niet in staat. Wij zullen zeker tot onze Heer terugkeren. O, Allāh. Wij vragen u bij deze reis goedheid en godvrezendheid, en van de daden die U behaagt. O, Allāh. Vergemakkelijk deze reis voor ons. En kort de lange afstand daarvan voor ons in. O, Allāh, U bent de Gezel bij onze reis en Degene die achterblijft bij het gezin. O, Allāh. Ik zoek toevlucht tot U tegen de zware onaangenaamheden van de reis, drukkende geestelijke gesteldheid en tegen een slechte terugkeer.

 

Bij terugkomst van de reis zegt men dezelfde smeekbede en voegt daar aan toe:

 

Teruggekeerd zijn wij, berouwhebbend, Allāh aanbiddend en onze Heer lofprijzend.

 


 Het belang van gezamenlijk bidden.

Wanneer het gaat om dankbaarheid aan Allah de Verhevene: dit geschiedt door vroomheid in de vorm van gehoorzaamheid aan Zijn geboden en distantie van Zijn verboden, zoals in de koran en sunnah staan vermeld. De belangrijkste gebod -na de geloofsbelijdenis- hiervan is het verrichten van het gebed. Het gebed dient door de man in groepsverband verricht te worden, tenzij hij door ziekte, ouderdom, werk of andere, onverplaatsbare verplichtingen, regen, storm of sneeuw niet in staat is naar de moskee te gaan. Als dit alles niet het geval is, is elke moslim die niet te ver van een moskee woont verplicht het gebed in groepsverband te bidden. In een ḥadīth staat te lezen dat een blinde man, Ibn Umm Maktūm, respijt vroeg aan de profeet -Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- voor het verrichten van het gebed in de moskee. De profeet -Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- gaf hem respijt, maar riep hem weer terug, vragend aan de blinde man of hij de adhān (oproep tot het gebed) kan horen. Dat kon hij, waarop de profeet – Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- de blinde man gebood om ook naar de moskee te komen (via Ibn Umm Maktūm in Muslim, Ibn Mājah en Abū Dāwud). Dit is het bewijs dat elke moslim die in staat is en binnen een hoorbaar bereik van de moskee is verplicht is het gebed in groepsverband te verrichten. Geleerden zeggen dat wanneer de afstand tussen jou en de moskee dusdanig is dat je de adhān zonder microfoon kunt horen, je verplicht bent het gebed in de moskee te verrichten. Dit op grond van de laatstgenoemde ḥadīth met de blinde man.


Het belang van broederschap in de islam; het begint in de moskee.

Gezamenlijk bidden heeft als een van de reden verbroedering tussen moslims. De moskee is de heilige plaats waar moslims bij elkaar komen om Allah gezamenlijk te aanbidden.

Broederschap in de islam vormt dan ook een onmisbare schakel in de parelketting die de islam is. De profeet -Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- heeft benadrukt: “Het voorbeeld van de gelovigen in hun onderlinge affiniteit, barmhartigheid en compassie aan elkander is zoals het voorbeeld van een lichaam. Als daar een deel van bezeerd raakt, treft dat de rest van het lichaam door koorts en slapeloosheid” (via Nu’mān Ibn Bashīr in Al-Bukhārī en Muslim). Daarnaast heeft de profeet -Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- het belang van broederschap onder moslims vergeleken met een gebouw. In zijn heilige woorden: “Een gelovige is voor een andere gelovige zoals een gebouw, [waarvan de fundamenten] elkaar in stand houden” (via Ibn Mūsā al-Ash’arī in eveneens Al-Bukhārī en Muslim). Terwijl hij deze woorden sprak, zette hij illustratief zijn vingers aan elkaar om de bedoeling van zijn betoog tot de verbeelding te laten spreken.

Vergeet geliefde broeders en zusters niet dat wij allen deel uit maken van een en hetzelfde geloof; de islam, de ware godsdienst. Dit houdt meer in dan enkel aan je eigen hachje denken en alleen maar je bezig te houden met de verplichte rituelen zoals bidden en vasten. Je hoort ook het welzijn van je medemoslims ter harte te nemen. De profeet -Allah’s zegeningen en vrede zij met hem- heeft in dit licht de volgende heilige woorden gesproken: “Degene die de zaak van de moslims niet ter harte neemt, behoort niet tot hen” (via Ḥudayfah in Al-Ḥākim en Ṭabarānī).1 Waar kan men de zoetheid van deze broederschap beter beproeven dan in het Huis van Allah de Verhevene?


De Relatie tussen de Koran en Sunnah

Er zijn twee hoofdzakelijke verschillen tussen de Koran en de sunnah. Ten eerste: de Koran is in zijn geheel (in elke letter, van begin tot einde) mutawātir in zowel woord als betekenis (al-qur’ān mutawātir bi aklmalihī fī al-lafẓ wa al-maˤnā). Dit betekent dat de Koran de hoogste vorm van authenticiteit heeft, letterlijk van het begin tot het eind. De sunnah kent maar een paar aḥādīth die mutawātir is. Daarnaast is de Koran in zijn geheel het letterlijke woord van Allah gesproken in Zijn eigen woorden overgeleverd aan de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem- via Jibrīl (engel Gabriel) –vrede zij met hem-. De sunnah is de openbaring van Allah aan de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem-, maar verwoord in de woorden van de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem-

De Koran en sunnah zijn tezamen de geopenbaarde bron van Allah. Alles met betrekking tot de geloofsleer en de Wet horen op directe of indirecte wijze gebaseerd te zijn op deze twee bronnen, ofwel middels directe referentie aan de Koran en sunnah, ofwel middels analogie van beide bronnen (qiyās), ofwel via andere technieken die de geleerden gebruiken. Hoe dan ook, er wordt altijd geprobeerd om voor elke regel, uitspraak of daad een grondslag gevonden te worden in de Koran of sunnah.

Terwijl de Koran algemeen van aard is, is de sunnah uitgebreid. Daarom dient de sunnah veelal als uitleg en belichting van de Koran. Maar let wel op, dat wil niet zeggen dat de alleen de sunnah de Koran uitlegt en niet andersom. Ook de Koran kan de sunnah uitleggen. Het is enkel de uitgebreidheid van de sunnah waardoor deze vaker de Koran uitlegt dan andersom. Maar wanneer het gaat om de onderlinge band van de Koran en sunnah omtrent uitleg van de een door de ander, bevinden beiden zich op gelijke voet in kwalitatieve opzichte (dus even authentiek en van dezelfde soort).


Weetjes over de Koran

Wist je dat:

De Koran bestaat uit 114 suwar (meervoud van sūrah, ofwel hoofdstuk)? De langste is sūrat albaqarah (hoofdstuk van de koe: hoofdstuk 2), bestaande uit 286 āyāt (verzen). De kortste is sūrat al-kawthar (hoofdstuk 108), bestaande uit 3 āyāt. Het langste vers bevindt zich in hoofdstuk de Koe, vers 282, en bedekt meer dan een hele pagina. Het kortste vers bevindt in sūrat al-Raḥmān (hoofdstuk 55, vers 63), betsaande uit slechts één woord; mudhāmmatān, wat ‘donkergroen’ betekent. Het langste woord in de Koran is fa’asqaynākumūh (k.15:22), wat ‘en Wij hebben jou daarvan water doen laten drinken’ betekent. Je ziet al dat het Arabisch een bijzondere taal is. Één woord in het Arabisch betekent een hele zin in een andere taal.

Het aantal āyāt is volgens de meeste lezingen tussen 6214 en 6226. Het aantal letters is 320.025, en het aantal woorden is 77439.

Wist je dat:

Elke woord van de Koran bij de openbaring daarvan meteen door de schrijvers van de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem- werd opgeschreven op papyrus, botten, perkament en ander materiaal? Onder hem bevinden zich Ubayy Ibn Kaˤb, Zayd Ibn Thābith en ˤAbd Allāh Ibn Masˤūd. Na de dood van de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem- hadden sommige ongelovigen geschreven teksten van de Koran meegenomen. Abū Bakr heeft een project opgestart waarin hij deze teksten terugbracht. Maar het is khalīfah ˤUthmān Ibn ˤAffān die erin slaagde om de Koran te verzamelen en te compileren. Deze uitgave van ˤUthmān Ibn ˤAffān is de uitgave die we vandaag de dag lezen, overal ter wereld. En wist je trouwens ook dat de originele gecompileerde versie van ˤUthmān Ibn ˤAffān bewaard wordt in de Topkapi-paleid in Turkije?

Wist je dat de Koran in het begin zonder diakritische tekens was (leestekens, zoals streepjes, puntjes en dergelijke)? Het is de opvolger Abū al-Asdwad al-Du’lī die deze leestekens heeft geplaatst. Hij was geboren voor de dood van de profeet –vrede van Allah en Zijn zegeningen zij met hem- en geloofde in hem, maar is geen metgezel, omdat hij hem niet in levende lijve heeft gezien.

We verwelkomen je heel graag als lid
van Alhijra moskee!

Meld je aan voor ons nieuwsbrief

* Verplichte velden

De maand Ramadan is die, waarin de Qor'an als een richtsnoer voor de mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen. Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult voltooien en opdat gij Allah’s grootheid zult prijzen, omdat Hij u terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.

“HQ 2:185”